Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3026.

3 In het schrijven van 26 maart 2009, gericht aan de Advocaat-Generaal, heeft de raadsvrouw ter onderbouwing van dit verzoek aangevoerd dat de verdediging van de leider van het onderzoek wenst te vernemen waarom de verdachte pas in juni 2007 is aangehouden terwijl hij evenals een aantal medeverdachten reeds in april 2007 in beeld was, van hem wenst te vernemen of en zo ja welk onderzoek is verricht naar de opdrachtgevers, en hem vragen wenst te kunnen stellen naar aanleiding van de start van het onderzoek. In reactie op dit schrijven heeft de Advocaat-Generaal bij schrijven van 6 april 2009, gericht aan mr. Groeneveld, medegedeeld dat zij meent dat het horen van de onderzoeksleider niet noodzakelijk is, nu uit het proces-verbaal van relaas duidelijk volgt waarom de verdachte op 22-6-2007 is aangehouden, zij van de Officier van Justitie heeft begrepen dat er geen onderzoek is verricht naar de opdrachtgevers en de start van het onderzoek duidelijk uit de stukken volgt. Hierbij zij aangetekend dat voornoemd verzoek niet reeds was gedaan bij appelmemorie van 16 april 2008 van mr. C.L. Kranendonk, advocaat te Beverwijk, gericht aan zowel de strafgriffie van het Gerechtshof te Amsterdam als de strafgriffie van de Rechtbank te Haarlem.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce, en de alinea staat in dat document op bytes 24513 tot 25774.