Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3026.

4 De raadsvrouw heeft ter onderbouwing van dit verzoek in haar op de terechtzitting in hoger beroep van 7 april 2009 overgelegde pleitnotities nog aangevoerd dat het onbegrijpelijk is dat de verdachte niet in een eerder stadium - op het moment dat hij als verdachte was aangemerkt en zijn personalia bekend waren - is aangehouden en dat het antwoord op deze vraag van belang is ten einde aannemelijk te maken dat de rol van de verdachte niet een andere was dan die van [verdachte 4], [verdachte 3] en [betrokkene 2], hetgeen van belang is voor beslissingen omtrent de eventuele strafmaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce, en de alinea staat in dat document op bytes 25782 tot 26383.