Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2011

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3158.

9. Het kennelijke oordeel van het Hof dat verzoeker de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, geeft gelet op de door verzoeker in eerste aanleg afgelegde, hiervoor onder punt 5 weergegeven verklaring, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Immers: uit de feitelijk - dus niet normatief(4) - aan te merken verklaring van verzoeker dat hij het vermoeden had dat de personenauto "niet eerlijk was" en de twee kentekenplaten "vals waren", kon het Hof - mede in het licht van het feit dat verzoeker reeds eerder wegens soortgelijke misdrijven was veroordeeld(5) - afleiden dat verzoeker wel degelijk wist dat het hier om door misdrijf verkregen goederen ging, althans dat hij de aanmerkelijke kans daarop bewust had aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/094dbcf4632e642d050a8a2b477b3c130f50bc3317f757af8b29c2839fa3bbc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 094dbcf4632e642d050a8a2b477b3c130f50bc3317f757af8b29c2839fa3bbc2, en de alinea staat in dat document op bytes 9875 tot 10694.