Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3514.

3.7 Mij lijkt in deze benadering te passen om de ernst van het verwijt ook in voorkomende gevallen te verdisconteren in de bewijslastverdeling en de waardering van bewijs. Dat zou m.i. geen wet van Meden en Perzen moeten zijn. Vooral en met name in gevallen waarin bepaalde feiten en omstandigheden aannemelijk zijn, maar het bewijs (voorshands) nog (net) onvoldoende is, lijkt voor een oplossing als hier bepleit veel te zeggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dce5cbe107d76ecad7f4161d7faa5ec10c85265ac3464774cf636396a9f30efc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dce5cbe107d76ecad7f4161d7faa5ec10c85265ac3464774cf636396a9f30efc, en de alinea staat in dat document op bytes 32879 tot 33321.