Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3742.
3.6 De steller van het middel heeft aangevoerd dat de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep het standpunt heeft ingenomen dat verdachte in de nabijheid van de bromfiets is geweest, maar aldaar zijn vriendin "het hof heeft gemaakt" en met een poging tot diefstal van de bromfiets niets van doen heeft gehad. Ter nadere onderbouwing van deze alternatieve lezing is verwezen naar verklaringen van getuigen die verdachte en zijn vriendin elkaar hebben zien zoenen en omhelzen. Namens verdachte is in hoger beroep aangevoerd dat sprake is van een Meer- en Vaartsituatie, nu voornoemde lezing niet door de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden weerlegd. In de toelichting op het middel is aangevoerd dat de lezing van verdachte, gelet op de inhoud van de getuigenverklaringen, niet zodanig ongeloofwaardig is dat het hof deze, zonder nadere motivering die ontbreekt, had mogen negeren. De juistheid van de alternatieve lezing van verdachte is door het hof ten onrechte in het midden gelaten, waarmee de met de bewezenverklaring onverenigbare mogelijkheid is opengebleven dat verzoeker slechts in de buurt van de bromfiets is geweest, doch met een poging tot diefstal van die bromfiets niets van doen heeft gehad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb35bee2a2fdbde532b76a675898a3b857b06f5044ab7cd784d0e3a614885c59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb35bee2a2fdbde532b76a675898a3b857b06f5044ab7cd784d0e3a614885c59, en de alinea staat in dat document op bytes 15540 tot 16770.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb35bee2a2fdbde532b76a675898a3b857b06f5044ab7cd784d0e3a614885c59 | shasum -a 256