Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2011
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3745.
3.3. Het hof heeft klaarblijkelijk in hetgeen verdachte heeft gezegd geen verzoek gezien om deze persoon als getuige op te roepen. Dat acht ik niet onbegrijpelijk. Daarbij neem ik in aanmerking dat de bewoordingen waarin verdachte zijn uitlating heeft gegoten ook voor andere uitleg vatbaar zijn, zoals dat hij eerder wel wilde dat [betrokkene 3] zou komen verklaren, maar dat hij op het moment van de terechtzitting daar niet aan vasthield. Het hof zal daarbij hebben betrokken dat verdachte werd bijgestaan door een advocaat, die heeft nagelaten om een zodanig verzoek te doen.(1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83ffae36dc87b15ab44c63840db80e20f7fc1bc800f6b1a953ccc3ac46f623f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83ffae36dc87b15ab44c63840db80e20f7fc1bc800f6b1a953ccc3ac46f623f, en de alinea staat in dat document op bytes 5234 tot 5829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d83ffae36dc87b15ab44c63840db80e20f7fc1bc800f6b1a953ccc3ac46f623f | shasum -a 256