Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ5076.

2.2 Volgens het middel is sprake van schending van het recht, in het bijzonder van art. 5:35 lid 1 (oud(3)) Awb, dan wel verzuim van vormen waarvan het niet in acht nemen grond voor vernietiging vormt. Samengevat komt het middel erop neer dat de dwangsom - zo al niet geheel dan toch ten dele - is verbeurd en de verjaringstermijn van art. 5:35 lid 1 (oud) Awb is gaan lopen, zodra in de betrokken tijdsperiode van in dit geval één maand op enige dag in strijd met de betrokken last is gehandeld. In de (in cassatie onbestreden) vaststellingen van het hof ligt besloten, dat dit laatste reeds op 15 april 2003, terstond na ommekomst van de begunstigingstermijn, althans vóór 23 april 2003 het geval was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeae006ebc43c738e22e9cf06fd54193bf90ffd425365b66d5eddb660bbafcc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeae006ebc43c738e22e9cf06fd54193bf90ffd425365b66d5eddb660bbafcc3, en de alinea staat in dat document op bytes 13198 tot 13919.