Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ5083.

12. Het oordeel van het hof is kennelijk gegrond op het zogenoemde verbod van terugwijzing: in het positieve aspect van de devolutieve werking van het hoger beroep ligt besloten dat bij gegrondbevinding van een of meer grieven het hof als appelrechter de zaak niet mag terugwijzen naar de rechtbank; hij dient de nog overgebleven geschilpunten zelf af te doen. Ten tijde van de bestreden uitspraak van het hof werd op het verbod van terugwijzing door de Hoge Raad slechts een uitzondering aanvaard voor het geval waarin de appelrechter de uitspraak van de eerste rechter vernietigt waarbij deze zich onbevoegd heeft verklaard van het geschil kennis te nemen, hetzij wegens het ontbreken van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, hetzij op grond van het bepaalde in art. 1022 lid 2 Rv, hetzij uit hoofde van het onderwerp van het geschil. Vgl. HR 16 april 1993, LJN: ZC0926, NJ 1993, 654, en HR 7 mei 1993, LJN: ZC0949, NJ 1993, 655 nt. HER. Zie ook HR 1 februari 2002, LJN: AD7378, NJ 2003, 655 nt. DA.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8501a328810cf50406bd006439f6b59644c01e73cb60e1fb00ffad77b1d5b1b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8501a328810cf50406bd006439f6b59644c01e73cb60e1fb00ffad77b1d5b1b0, en de alinea staat in dat document op bytes 8475 tot 9493.