Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ5708.

"Een week voor het ongeluk hebben we verhuisd met die auto. Ik heb toen met het tillen van een koelkast mijn hand kapot gehad Er kan dus ook bloed van mij in die auto zitten en omdat ik verder moest verhuizen, heb ik die auto ook een stukje verzet. Er kan dus bloed aan het stuur zitten. Er kunnen ook haren van mij in die auto zitten, omdat ik vaak in die auto zit. U zegt mij dat het DNA is aangetroffen in het glas van de voorruit. Ja, ik heb toch verteld dat ik aan mijn hand gewond was en dat er met sturen bloed daar boven op het dashboard is gekomen. U zegt mij dat bloed dat opgedroogd is niet van het dashboard op het raam vliegt bij een aanrijding. Dat kan toch? Waarom kan dat niet? Ik heb iets verzwegen, dat ik eerst met mijn advocaat wilde bespreken. Ik heb die auto drie dagen na het ongeluk heel toevallig teruggevonden. Ik zat in de tram naar de Lelylaan vanaf Osdorp naar Du Maroc; dat is een eethuisje. Ik ben een halte voor de Lelylaan uitgestapt en ben in de buurt van Bart Smit naar links gelopen. Ik ben daar tussen door een hek gelopen in de richting van Du Maroc. Ik zag daar die auto in een lange straat staan. Ik weet niet hoe die straat heet. Ik heb in die auto gekeken en heb ook aan het raam gezeten. Zo is dat DNA van mij in die auto gekomen. Later heb ik nog een keer gekeken of die auto daar stond en toen zag ik dat die auto weg was. Toen wist ik dat de politie die auto had opgehaald. U zegt mij dat ik elke keer als wij met iets komen iets anders verzin. Nee het is echt zo. Ik wilde alleen niet vertellen, omdat ik niet wist hoe het opgepakt zou worden. Straks zouden ze denken dat ik de dader ben. Als ik de politie bel dat ik die auto heb gevonden met mijn verleden. Toen wist ik nog niet dat er iemand was aangereden. U vraagt mij aan wie ik verteld heb dat die auto daar stond. Aan niemand. U vraagt mij of ik het ook niet aan mijn vader had verteld. Nee, aan niemand. U zegt mij dat u dat raar vindt, omdat die auto van mijn vader is. U vraagt mij of die auto bij huizen stond. Ja, bij flats en dan heb je bij de flat bosjes en garages. Die auto stond daar. Ik zag een Laguna staan en keek naar het kenteken en zag dat het ons kenteken was. Ik heb die deur opengemaakt en zag dat de ruit kapot was. Ik heb daar aan gezeten en heb mij gesneden. Zo komt mijn DNA erin. Ik heb nog later nog een keer gekeken en toen stond die auto er nog. Ik zag wel dat het raam kapot was en dacht wel dat hij iets had geraakt, maar ik dacht niet dat er iemand aangereden was. Het was pas na ongeveer twee weken dat de politie die auto heeft weggehaald. Ik dacht: "laat zij hun werk maar doen. Ik ga niet bellen." Hoeveel straf staat er eigenlijk op?"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a59eb864853f7f90191b53c03e25005b94079422e1a020825744b4f1c735ccaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a59eb864853f7f90191b53c03e25005b94079422e1a020825744b4f1c735ccaa, en de alinea staat in dat document op bytes 17154 tot 19841.