Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ5708.

11. Ik heb me afgevraagd wat de gedachtegang van het hof in deze is geweest, temeer nu de als bewijsmiddel opgenomen verklaringen van verzoeker in mijn ogen overbodig zijn. Het kan zijn dat het hof voor ogen heeft gehad om de verklaringen van verzoeker als kennelijk leugenachtig aan te merken. Naar vaste rechtspraak kan een verklaring van een verdachte die naar het oordeel van de rechter kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen tot het bewijs worden gebruikt indien dat oordeel zijn grondslag vindt in andere bewijsmiddelen dan de verklaring(en) van de verdachte.(3) In casu volgt echter niet uit de overwegingen van het hof dat het de verklaringen van verzoeker als kennelijk leugenachtig en afgelegd om de waarheid te bemantelen heeft aangemerkt. Het hof heeft specifiek overwogen dat het de verklaringen ongeloofwaardig heeft geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a59eb864853f7f90191b53c03e25005b94079422e1a020825744b4f1c735ccaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a59eb864853f7f90191b53c03e25005b94079422e1a020825744b4f1c735ccaa, en de alinea staat in dat document op bytes 21571 tot 22453.