Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ5980.

Het Hof als Lar-rechter heeft (ook in zijn uitspraak van 29 november 2004) ervan blijk gegeven bereid te zijn af te wijken van de hoofdregel dat een besluit met toepassing van het ten tijde van dat besluit geldende recht dient te worden genomen, als dat onder de gegeven omstandigheden is aangewezen. In dat verband heeft het Hof bijzondere betekenis toegekend aan de omstandigheid dat zowel de aanvraag is ingediend als het primaire besluit is genomen onder vigeur van oud recht. Het Hof is in de bestuursrechtelijke procedure naar aanleiding van het reële besluit een eindweegs meegegaan in de gedachte dat in het onderhavige geval bij het nemen van het reële besluit oud recht (de Lbih) had moeten worden toegepast, door in aanmerking te nemen dat de aanvraag en het fictieve besluit beide van vóór 1 januari 2003 dateren en dat bovendien vóór die datum bezwaar tegen de fictieve weigering was gemaakt. In de kennelijke gedachtegang van het Hof als Lar-rechter springt de toepassing van de Lbih uiteindelijk echter af op het feit dat Tara de (bezwaar)procedure niet heeft doorgezet ("Tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op haar aanvraag heeft appellante weliswaar op 15 november 2002 bezwaar gemaakt, doch zij heeft die procedure niet voortgezet. Het Hof ziet hierin dan ook geen aanleiding voor afwijking van de voormelde hoofdregel."; onderstreping toegevoegd; LK). De uitspraak van het Hof impliceert mijns inziens dat het afbreken van de bezwaarprocedure volgens het Hof niet verontschuldigbaar was en daarom in de weg stond aan een door de omstandigheden ingegeven (en door billijkheidsoverwegingen bepaalde) toepassing van de Lbih op het reële besluit. Met die aldus op te vatten uitspraak van het Hof als hoogste Lar-rechter laat zich moeilijk verenigen dat de burgerlijke rechter tot het oordeel zou komen dat (zij het niet op de formele rechtkracht van de reële weigering, maar) op de formele rechtkracht van de (daaraan voorafgaande) fictieve weigering een uitzondering moet worden gemaakt op grond van het feit dat het wél verontschuldigbaar was dat Tara de bezwaarprocedure niet heeft voortgezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/128c656e0b7bdbbbc978e082c9f1432b1062779ad4832c79940e875243be960e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 128c656e0b7bdbbbc978e082c9f1432b1062779ad4832c79940e875243be960e, en de alinea staat in dat document op bytes 28490 tot 30635.