Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ6079.
In zijn arrest van 10 augustus 2001(27) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat, nu de stukken van het geding geen andere gevolgtrekking toelaten dan dat de eiseres in vrijwaring voldoende belang had bij de door haar in vrijwaring ingestelde vorderingen en de vordering in de hoofdzaak is gebleken ten onrechte te zijn ingesteld, het hof met vernietiging van het vonnis van de rechtbank in zoverre, eiseres in de hoofdzaak tevens had moeten veroordelen in de kosten van de vrijwaringsprocedure (ten bedrage van fl. 34.800) nu ook deze kosten zijn veroorzaakt door het instellen van de vordering in de hoofdzaak. Dit bedrag betrof de kosten in de vrijwaring gevallen aan de zijde van gedaagde in de vrijwaring, waarin eiseres in de vrijwaring was veroordeeld. Het onderdeel merkt terecht op, dat in het arrest van 10 augustus 2001 alleen de kosten aan de zijde van de gedaagden in de vrijwaringsprocedure ten laste van de verliezende eiser in de hoofdzaak zijn gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36451dec9e5074a2b6120e48458c13ecb62875fdcf87c062afc92b4921b1d213. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36451dec9e5074a2b6120e48458c13ecb62875fdcf87c062afc92b4921b1d213, en de alinea staat in dat document op bytes 44262 tot 45237.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36451dec9e5074a2b6120e48458c13ecb62875fdcf87c062afc92b4921b1d213 | shasum -a 256