Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ6079.

2.34 De meningen in de literatuur over deze kwestie verschillen. Roëll meent dat de eigen kosten van de verliezende eiser in de vrijwaringszaak niet voor vergoeding in de hoofdzaak in aanmerking moeten komen. Zijn argumenten bespreek in aanstonds. De Folter heeft opgemerkt dat, indien de hoofdzaak nodeloos is ingesteld maar de vordering in de vrijwaring als zodanig te verdedigen is, hij het mogelijk acht dat ook de kosten van de gewaarborgde voor rekening van de eiser in de hoofdzaak komen. Van Mierlo en Van Dam-Lely achten het niet onredelijk om de verliezende eiser in de hoofdzaak te veroordelen in zowel de kosten van gedaagde als eiser in de vrijwaringszaak. Boonekamp acht dit nog verdedigbaar.(33)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36451dec9e5074a2b6120e48458c13ecb62875fdcf87c062afc92b4921b1d213. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36451dec9e5074a2b6120e48458c13ecb62875fdcf87c062afc92b4921b1d213, en de alinea staat in dat document op bytes 46720 tot 47444.