Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ6720.
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte en zijn broer genoodzaakt waren zich te verweren tegen een wederrechtelijke aanval van de zijde van [slachtoffers] omdat zij geen kant op konden. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat bij verdachte en zijn broer gerede vrees bestond dat eerdere geuite ernstige bedreigingen van de zijde van [slachtoffers] daadwerkelijk uitgevoerd zouden worden. Verdachte en zijn broer stonden derhalve bloot aan een van buitenkomende drang waaraan zij redelijkerwijs geen weerstand konden bieden en waardoor zij hebben toegegeven aan hetgeen hen ten laste is gelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc445a741e1cebabf64dab44d2984068fe101afb99f921d38d4bb19cd0fd4f22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc445a741e1cebabf64dab44d2984068fe101afb99f921d38d4bb19cd0fd4f22, en de alinea staat in dat document op bytes 7075 tot 7685.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc445a741e1cebabf64dab44d2984068fe101afb99f921d38d4bb19cd0fd4f22 | shasum -a 256