Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ8019.
Op het moment dat ik op de bank ging zitten, zakte ik meteen naar beneden naar de grond. Ik zag namelijk iets op de grond liggen. Ik dacht: ik pak het even om te kijken wat het is. Het bleek een portemonnee. De portemonnee lag aan mijn kant van de bank. Ik zat rechts. Er zat veel ruimte tussen mij en de jongen. Ik pakte de portemonnee op. Ik weet niet of de jongen op dat moment naar mij keek. Toen ik de portemonnee in mijn handen had, keek hij mijn kant op. De jongen kon de portemonnee dus zien. Ik droeg mijn jas over mijn schouders. Ik weet nog dat ik toen er vanuit ging dat de portemonnee niet van die jongen was, want ik had hem in mijn hand gehad en hij had niks gezegd. Ik heb de portemonnee op de bank gelegd, met mijn jas erop. Het was een lange 3/4 jas. Het was geen lange leren jas.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c3dfd1ad4f0b947fc2abe0f2113f426fb09306719aa1e1d22e53147681ccd6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c3dfd1ad4f0b947fc2abe0f2113f426fb09306719aa1e1d22e53147681ccd6c, en de alinea staat in dat document op bytes 11812 tot 12623.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9c3dfd1ad4f0b947fc2abe0f2113f426fb09306719aa1e1d22e53147681ccd6c | shasum -a 256