Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ8019.

Toen trok ik aan mijn jas en ben ik opgestaan. Hij begon over diefstal. Ik zei dat ik niets van hem had gestolen. Ik zei dat hij gek was en dat hij zo niet met mij mocht praten. Hij praatte raar. Ik had geen kans met hem te onderhandelen of tegen hem te zeggen dat ik naar de politie wilde met de portemonnee. Toch zei ik tegen hem: "Laten we samen naar de politie gaan". Die jongen weigerde dit. Die jongen wilde niet naar het politiebureau. Ik zie op dat moment dat er een camera op mij gericht is en ik dacht dat die camera zeker geregistreerd heeft wat er is gebeurd. De jongen wees in de richting van KFChicken. Ik liep met hem mee in die richting. Er kwam een andere Koreaan uit de KFChicken. [...]"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c3dfd1ad4f0b947fc2abe0f2113f426fb09306719aa1e1d22e53147681ccd6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c3dfd1ad4f0b947fc2abe0f2113f426fb09306719aa1e1d22e53147681ccd6c, en de alinea staat in dat document op bytes 13093 tot 13811.