Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2011

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ8097.

3.4. De omstandigheid dat de Wbp in overeenstemming moet worden geacht respectievelijk uitgelegd met art. 8 EVRM, brengt reeds met zich dat steeds - dus ook in geval van art. 8 a tot en met e Wbp - een belangenafweging dient plaats te vinden. De toets van art. 8 EVRM behelst immers steeds de vraag of de inmenging gerechtvaardigd is. Dat de enkele aanwezigheid van een door de betrokkene gegeven 'ondubbelzinnige toestemming' in de zin van art. 8 onder a Wbp niet voldoende is om de inmenging blijvend 'art. 8 EVRM-proof' te laten zijn, blijkt (reeds) uit art. 5 lid 2 Wbp: 'Een toestemming kan door de betrokkene of zijn wettelijk vertegenwoordiger te allen tijde worden ingetrokken'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99573e13009830649ddc73e9f439d311a26136c34dbb87f2a2e50a572a04ac25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99573e13009830649ddc73e9f439d311a26136c34dbb87f2a2e50a572a04ac25, en de alinea staat in dat document op bytes 29336 tot 30036.