Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ8907.
4.4. Deze uitkomst strookt echter niet met de door de Hoge Raad gegeven uitleg aan het arrest van het EHRM in de Salduz-zaak.(2) Die uitleg is helder en laat geen ruimte voor de middenweg die het Hof heeft bewandeld. Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - behoudens in het geval dat de verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen dat recht te beperken - dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen, aldus de Hoge Raad.(3) 's Hofs verwerping van het door de verdediging gevoerde verweer kan dus niet door de "Salduz-beugel."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa288b4dbe65769d50146bd98dbf1a1b96dd12bab0ecf3b7fcdffdd4ac71ffb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa288b4dbe65769d50146bd98dbf1a1b96dd12bab0ecf3b7fcdffdd4ac71ffb6, en de alinea staat in dat document op bytes 11337 tot 12357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa288b4dbe65769d50146bd98dbf1a1b96dd12bab0ecf3b7fcdffdd4ac71ffb6 | shasum -a 256