Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9880.

54. Maar ik denk dat de klacht op inhoudelijke gronden moet worden afgewezen. De desbetreffende overweging van het hof houdt, als zelfstandig dragende grond, in dat het hof de standpunten van partijen zo heeft verstaan dat de vraag óf t.a.v. [verweerder] c.s. (gewettigde) verdenking van overtreding van art. 138a Sr. bestaat, in deze kort geding-procedure niet aan de orde is gesteld. Deze uitleg van de partijstandpunten is voorbehouden aan de rechter in feitelijke aanleg(25). Waar voor die uitleg inderdaad steun is te vinden in uitlatingen van de kant van de Staat(26), valt ook niet vol te houden dat die uitleg onvoldoende begrijpelijk zou zijn (waarbij ik nog daarlaat dat het hier een kort geding betreft, met de daaraan inherente lagere "drempel" als het om de motivering van het rechterlijke oordeel gaat).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa, en de alinea staat in dat document op bytes 49435 tot 50266.