Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Alinea 123 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9880.

56. Zo kom ik ertoe, een deel van de klachten van het eerste onderdeel en het derde onderdeel als gegrond aan te merken: ook volgens mij noodzaken de uit het EVRM voortvloeiende verplichtingen er niet toe dat aan "krakers" in alle gevallen een (overigens: begrensde) gelegenheid wordt geboden om een kort geding in eerste aanleg "uit te procederen" vóór de maatregel van ontruiming op de voet van art. 551a Sv. wordt toegepast. Wat mij betreft leidt dat er dan echter niet toe dat de vorderingen van [verweerder] c.s. zonder meer zouden moeten worden afgewezen. Zoals in alinea's 42 - 46 hiervóór werd besproken, denk ik namelijk dat de Staat wél verplicht is om in andere opzichten bepaalde egards ten opzichte van de betrokkenen in acht te nemen bij de toepassing van art. 551a Sv. (en om ook in beleidsregels vast te leggen wat er in dit opzicht zal worden gedaan). Daarom is denkbaar dat de vorderingen van [verweerder] c.s. toch, zij het in (nog verder) beperkte omvang, voor toewijzing in aanmerking komen. Of dat het geval is zou, denk ik, na verwijzing in een feitelijke instantie moeten worden onderzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa, en de alinea staat in dat document op bytes 50894 tot 52026.