Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Alinea 127 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9880.
58. Ik denk overigens dat ook de teksten van de desbetreffende wettelijke bepalingen deze bedoeling duidelijk tot uitdrukking brengen, zodat dat ook zonder raadpleging van de wetsgeschiedenis zou kunnen worden vastgesteld. Zou, zoals [verweerder] c.s. verdedigen, de wettekst van art. 551a Sv. zo gelezen worden dat de daar gegeven bevoegdheid alleen geldt ten opzichte van personen ten aanzien waarvan de overtreding van art. 138a (e.a.) Sr. al (onherroepelijk) vaststaat, dan zou de verwijzing naar een bestaande verdenking in de aanhef van het artikel geheel zinloos zijn. Alleen al om die reden, dringt de andere uitleg van de bepaling zich op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa, en de alinea staat in dat document op bytes 52884 tot 53545.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa | shasum -a 256