Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Alinea 162 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9880.

c) Waarom ik de onder 3.4, 3.5 en 3.6 aangevoerde klachten ongegrond vind blijkt, denk ik, al voldoende uit het in alinea's 21 - 46 hiervóór besprokene. Ik denk dat de wetgever binnen de hier geldende marge is gebleven door de in art. 551a Sv. neergelegde bevoegdheid te creëren; met dien verstande dat bij de toepassing van die bepaling voldoende (in bindende beleidsregels of andere regelgeving neer te leggen) plaats moet worden ingeruimd voor rechtsbescherming voor die betrokkenen die een "arguable claim" aanvoeren dat er in hun geval een ontoelaatbare inbreuk op, met name, art. 8 EVRM aan de orde is. De hier in verschillende varianten voorgestelde aanspraken op verdergaande rechtsbescherming, zijn niet verenigbaar, inzonderheid, met de (eveneens) zwaarwegende en legitieme belangen die de wetgever met de invoering (en de daarop aansluitende toepassing) van art. 551a Sv. heeft willen dienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa, en de alinea staat in dat document op bytes 72432 tot 73351.