Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9880.
68. Wat deze klacht betreft stem ik in met de gronden waarop het hof, in rov. 5.2, het overeenkomstige betoog dat in die instantie werd aangevoerd, heeft verworpen: art. 138a Sr. stelt het wederrechtelijk vertoeven in woningen of gebouwen náást het daarin wederrechtelijk binnendringen afzonderlijk strafbaar(40). De verdenking van strafbaar handelen dat in deze zaak aan de orde is, ziet onmiskenbaar op wederrechtelijk vertoeven dat wordt begaan ná de inwerkingtreding van de wet, al kan het zijn dat daar "binnendringen" en ook "vertoeven" vóór de inwerkingtreding van de wet aan vooraf zijn gegaan. Aan de strafbaarheid van het vertoeven ná de inwerkingtreding van de wet doet dat gegeven niet af; en van stijd met, met name, art. 7 EVRM is dan geen sprake(41).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa, en de alinea staat in dat document op bytes 73914 tot 74698.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa | shasum -a 256