Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9880.

10. Vanuit dit perspectief bezien, strekken de vorderingen van [verweerder] c.s. ertoe, dat overtreders van art. 138a Sr., aan (art. 12 Grondwet en) art. 8 jo art. 13 EVRM een aanspraak zouden ontlenen om, in weerwil van het oordeel van de wetgever dat prompte beëindiging van het strafbare feit in kwestie de prioriteit verdiende die uit de nieuwe wettelijke bepalingen naar voren komt, het begaan van dat strafbare feit voort te zetten totdat (in de meest vergaande door [verweerder] c.s. verdedigde zienswijze) bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is komen vast te staan dat er inderdaad van strafbare overtreding van die bepaling sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa, en de alinea staat in dat document op bytes 13307 tot 13972.