Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9880.

21. Er is intussen wel rekening mee te houden dat het EVRM - en in het verlengde daarvan het EHRM - verlangt, in art. 13, dat de aangesloten staten waarborgen dat de onder het EVRM gewaarborgde rechten "effectief" kunnen worden uitgeoefend. Dat betekent dat er effectieve middelen beschikbaar moeten zijn om voor die rechten "op te komen". Het spreekt echter wel vanzelf dat dat niet altijd middelen hoeven te zijn die ertoe strekken dat vóór de mogelijke inbreuk op het desbetreffende recht, het oordeel van de rechter kan worden ingeroepen. Er zijn immers legio gevallen waarin algemeen aanvaard is dat pas achteraf aan de rechter kan worden voorgelegd, of op initiatief van een partij kán worden voorgelegd, of de desbetreffende stappen gerechtvaardigd waren(14). Het staat buiten kijf dat op die manier ingeleide inbreuken op de onder het EVRM gewaarborgde rechten niet alléén daarom - namelijk: omdat er niet van tevoren een volle rechterlijke toetsing aan te pas is gekomen - als met het EVRM strijdig zijn aan te merken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa, en de alinea staat in dat document op bytes 21337 tot 22382.