Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ9880.
Dat lijkt mij, met verschuldigde eerbied, geen relevant argument. Van de meeste bevoegdheden die de wet toekent, aan het OM of aan anderen, kán blijken dat die - laten wij hopen: een enkele keer - ten onrechte worden toegepast. Uiteraard moet daar dan tegen kunnen worden opgekomen - maar als argument om te betogen dat er altijd rechterlijke toetsing vooraf zou moeten plaatshebben, schiet dit argument tekort. Er zijn immers (legio) gevallen waarin tot uitgangspunt mag worden genomen dat de desbetreffende Overheidsorganen hun bevoegdheden correct en overeenkomstig de wet (zullen) uitoefenen. In zulke gevallen is de eis dat dat in elk voorkomend geval voorafgaandelijk door de rechter kan worden getoetst, allicht meestal disproportioneel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa, en de alinea staat in dat document op bytes 27819 tot 28577.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebd2bfe0eb02a81b41013c8ac4236716f47dcdddceec589fad435a7426b570aa | shasum -a 256