Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2011

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR0440.

3. Het gaat in deze zaak blijkens de gebezigde bewijsmiddelen om het volgende. Op 29 januari 2006 heeft er in Groningen een junioren ijshockeywedstrijd plaatsgevonden tussen Gijs Bears (Groningen) en Hijs Hokij Wolves (Den Haag). Tijdens deze wedstrijd is er op het ijs een vechtpartij ontstaan tussen de spelers van beide teams, nadat een speler van Den Haag was doorgereden op de keeper van Groningen. Op enig moment is de verdachte (nummer [001] van Den Haag) naar [slachtoffer] (nummer [001] van Groningen), die op dat moment geen helm meer op zijn hoofd had, toe geschaatst. Vervolgens heeft de verdachte [slachtoffer] met zijn vuist in diens gezicht geslagen, als gevolg waarvan [slachtoffer] voorover op het ijs is gevallen. Daarna heeft de verdachte het hoofd van [slachtoffer] bij diens haren omhoog getrokken, hem twee à drie vuistslagen in zijn gezicht gegeven en zijn gezicht teruggegooid op het ijs. Hierdoor heeft [slachtoffer] een buil op zijn voorhoofd, een schaafwond op zijn neusrug, twee builen op zijn achterhoofd en een hersenkneuzing opgelopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ba85dfc0119a51b45f0d6704427f36a750ca1a89955cbb1ca7c548921c909b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ba85dfc0119a51b45f0d6704427f36a750ca1a89955cbb1ca7c548921c909b7, en de alinea staat in dat document op bytes 4884 tot 5964.