Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Alinea 138 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR0664.

De wetgever heeft bij de vormgeving van de vermogensrendementsheffing als uitgangspunt geformuleerd, dat de belastingplichtige, bij wege van wetsfictie, wordt geacht met de tot zijn rendementgrondslag behorende vermogensbestanddelen altijd een bepaald nettorendement te kunnen behalen. Dit forfaitaire rendement wordt in de belastingheffing betrokken. Alle bezittingen worden zodoende in beginsel als bron van inkomen aangemerkt en, voorzover niet reeds begrepen in een eerder in de wet vermelde box, in de vermogensrendementsheffing begrepen naar het forfaitaire rendement.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2dfe6ece8c3d6bae68d8ac40048f78927f146f0530ea4f3996ff1a12700a439. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2dfe6ece8c3d6bae68d8ac40048f78927f146f0530ea4f3996ff1a12700a439, en de alinea staat in dat document op bytes 44498 tot 45085.