Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR0664.
Over het karakter van de forfaitaire rendementsheffing wordt verschillend gedacht. Door veel fiscalisten wordt gesteld dat de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3 materieel een vermogensbelasting is naar een tarief van 1,2% onder gelijktijdige vrijstelling van inkomsten en vermogenswinsten. Wij delen deze mening niet, ondanks de overeenkomsten in verschijningsvorm. Het verschil tussen het belasten van het bezit van vermogen door middel van een vermogensbelasting en het belasten van de inkomenspotentie (!) door een forfaitaire vermogensrendementsheffing als inkomstenbelasting is essentieel. Enerzijds vanwege de bedoeling en beleving van de heffing als draagkrachtbelasting. Anderzijds vanuit een fiscaaltechnische-invalshoek. Regelingen inzake het belastingsubject, het belastingobject en het tarief zijn dan ook wezenlijk verschillend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2dfe6ece8c3d6bae68d8ac40048f78927f146f0530ea4f3996ff1a12700a439. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2dfe6ece8c3d6bae68d8ac40048f78927f146f0530ea4f3996ff1a12700a439, en de alinea staat in dat document op bytes 47581 tot 48448.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2dfe6ece8c3d6bae68d8ac40048f78927f146f0530ea4f3996ff1a12700a439 | shasum -a 256