Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Alinea 156 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR0664.
Het gegeven dat de vermogensrendementsheffing geen aanvullende heffing vormt, staat overigens niet in de weg aan een kwalificatie als vermogensbelasting: een vermogensbelasting kan immers ook een zelfstandige heffing vormen. Ook het ontbreken van een bronbegrip in box 3 geldt slechts als bijkomend bewijs voor de stelling dat van een inkomstenbelasting niet langer sprake is. Doorslaggevend argument is de constatering dat de vermogensrendementsheffing - mede door het ontbreken van mogelijkheden tot verliescompensatie - uiteindelijk het vermogen zelf aantast indien het gerealiseerde rendement structureel lager ligt dan het fictief bepaalde inkomen. Deze aantasting van de 'bron' druist lijnrecht in tegen de principes van iedere inkomstenbelasting. De als schaap verklede wolf vertoont daarmee zijn ware aard: rechtstheoretisch is de vermogensrendementsheffing een vermogensbelasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2dfe6ece8c3d6bae68d8ac40048f78927f146f0530ea4f3996ff1a12700a439. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2dfe6ece8c3d6bae68d8ac40048f78927f146f0530ea4f3996ff1a12700a439, en de alinea staat in dat document op bytes 51516 tot 52418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2dfe6ece8c3d6bae68d8ac40048f78927f146f0530ea4f3996ff1a12700a439 | shasum -a 256