Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR1146.
5.4. Vooropgesteld wordt dat ingevolge art. 341, derde lid, Sv de door de verdachte gedane opgaven alleen te zijnen aanzien en niet ten aanzien van de medeverdachte gelden. Het voorschrift geldt zowel voor op de terechtzitting als elders dan ter terechtzitting gedane opgaven van feiten of omstandigheden, hem uit eigen wetenschap bekend.(8) De verklaring van een medeverdachte mag aldus geen bewijsmiddel zijn.(9) In de rechtspraak wordt het begrip medeverdachte echter in dusdanig enge zin gehanteerd dat alleen diegenen wier zaken zijn gevoegd als medeverdachten in processuele zin worden aangemerkt.(10) Dit betekent dat de ter terechtzitting of daarbuiten afgelegde verklaringen van verdachten wier zaken niet gevoegd zijn behandeld over en weer als bewijsmiddel gebruikt mogen worden.(11)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c79917fae62637fe695200c84f931b6a03d343fdf7548cd0fb5b91268a33bbf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c79917fae62637fe695200c84f931b6a03d343fdf7548cd0fb5b91268a33bbf6, en de alinea staat in dat document op bytes 29399 tot 30206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c79917fae62637fe695200c84f931b6a03d343fdf7548cd0fb5b91268a33bbf6 | shasum -a 256