Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011
Alinea 194 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR4807.
"(...) is Wattel van mening dat een dogmatisch juiste benadering met zich brengt dat op het tijdstip van verstrekking van de geldlening een schatting moet worden gemaakt van het bedrag dat als verloren moet worden beschouwd. Op dat tijdstip zou tot dat bedrag als een informele kapitaalstorting in aanmerking moeten worden genomen. De Hoge Raad zou alleen op grond van praktische overwegingen in het verleden niet voor deze benadering hebben gekozen. Dit standpunt is naar onze mening discutabel en wel om de eenvoudige reden dat op dat tijdstip geen kapitaalstorting plaatsvindt, ook niet een gedeeltelijke, aangezien op dat tijdstip geen sprake is van een vermogensverschuiving van crediteur naar debiteur. De onzakelijkheid wordt bovendien op een andere wijze gecorrigeerd. (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04, en de alinea staat in dat document op bytes 78461 tot 79256.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04 | shasum -a 256