Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011
Alinea 336 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR4807.
8.14 Zoals boven (5.13 en 6.15) bleek, kan - in verband met het gegeven dat voor de constatering van een informele kapitaalinbreng in beginsel constatering van een vermogensverschuiving vereist is - dogmatisch desgewenst zelfs reeds de verstrekking van een ODR-lening als een voorwaardelijke informele kapitaalstorting beschouwd worden, nl. onder de opschortende voorwaarden dat (i) het onzakelijk genomen risico zich realiseert en (ii) op dat moment duidelijk is dat de dochter/debiteur zich daarvan onvoldoende zal herstellen (zie ook onderdeel 5.7 van mijn conclusie in de aanhangige zaak 08/05323: op het moment van aangaan van de ODR-lening doet zich een potentiële kapitaalstorting voor). Maar nodig is deze dogmatische ingreep dus niet, mede gezien het hieronder (8.17) nog opgemerkte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04, en de alinea staat in dat document op bytes 137397 tot 138203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04 | shasum -a 256