Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR4807.

Nu niet is gesteld of gebleken dat de onzakelijke elementen - in het bijzonder het niet gevraagd en verstrekt zijn van zekerheid - worden gecompenseerd door een even groot zakelijk voordeel, moet ervan worden uitgegaan dat eiseres door het verstrekken van de geldlening aan haar deelneming [de GmbH] het volle debiteurenrisico heeft aanvaard met de bedoeling het belang van haar deelneming [de GmbH] in die hoedanigheid te dienen. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het daardoor ontstane verlies weliswaar uit de onderneming van eiseres in de zin van artikel 3.8 Wet IB 2001 voortvloeit (net zoals het houden van die deelneming tot die onderneming van eiseres behoort), maar dat dit verlies moet worden behandeld volgens de regels van de artikelen 13 en volgende van de Wet Vpb. Dit brengt in beginsel met zich dat het verlies op de lening niet in aftrek van de winst kan worden gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04, en de alinea staat in dat document op bytes 29893 tot 30810.