Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR4807.

Verweerder heeft vervolgens aangevoerd dat het verlies op de geldlening in dit jaar ook niet als liquidatieverlies als bedoeld in artikel 13d van de Wet Vpb in aftrek kan worden gebracht. Het verlies kan volgens verweerder niet tot het opgeofferde bedrag in de deelneming worden gerekend. Tot dat opgeofferde bedrag rekent hij in beginsel slechts de aankoopprijs van de aandelen en de latere stortingen van formeel of informeel kapitaal. Verweerder wijst er op dat de omstandigheden die in artikel 13, tweede lid, van de Wet Vpb worden genoemd, zich in het onderhavige geval niet voordoen. Naar zijn mening is geen sprake van een informele kapitaalstorting omdat de dochtervennootschap niet is verrijkt. Zelfs als sprake zou zijn van een omzetting van afgewaardeerde vordering in aandelenkapitaal, dan wordt slechts de waarde van de vordering op het moment van omzetting tot het opgeofferde bedrag gerekend, zo stelt verweerder. Verweerder verwijst hiervoor naar de arresten van de Hoge Raad van 25 juni 1969, BNB 1969/202 en 26 april 1978, BNB 1978/140.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1663b1a9adbb23e9b3c71602d4445e797273fb5371822fbeec784ea75dc4ed04, en de alinea staat in dat document op bytes 30818 tot 31885.