Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2011

Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BS1706.

4.23 Ik meen dat de opvatting van vergoeding van het 'negatief belang' voor een dergelijke situatie niet altijd passend is. Het is niet noodzakelijk uit te gaan van de fictieve situatie dat de op het wilsgebrek gebaseerde rechtshandeling in het geheel niet had plaatsgevonden. Ook denkbaar is dat deze onder andere voorwaarden c.q. met andere invulling had plaatsgevonden. Het is goed mogelijk dat de overeenkomst - als een dwalende of bedrogen partij wel een juiste voorstelling van zaken had gehad - tegen een andere prijs was aangegaan, met dezelfde of een andere wederpartij. Ik vind daarom de ruimere formulering zoals die te vinden is in Tekst & Commentaar BW(18) voor de huidige kwestie gelukkiger: "Schadevergoeding vindt in dier voege plaats dat de dwalende in de positie wordt gebracht waarin hij bij een juiste voorstelling van zaken zou hebben verkeerd, het zogenaamde negatief contractsbelang" (onderstreping A-G).(19)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e93b08562bf9b56e1d4f07a18687bed15c17feb4971499de2cb62aa13e622be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e93b08562bf9b56e1d4f07a18687bed15c17feb4971499de2cb62aa13e622be, en de alinea staat in dat document op bytes 50610 tot 51558.