Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2011

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BS1706.

4.27 Subonderdeel III.2 klaagt dat het Hof de gedingstukken, i.h.b. de stellingen van ISG c.s., verkeerd heeft gelezen waar het (in rov. 10.1 onder c van het Eerste Tussenarrest) opmerkt dat ISG c.s. zouden hebben gesteld schade te lijden indien de PSA wordt nagekomen. M.i. dient de klacht te falen. Voor zover de klacht inhoudt dat het Hof zou hebben geoordeeld dat ISG c.s. expliciet hebben gesteld schade te lijden door de nakoming van de overeenkomst, is zij gebaseerd op een onjuiste lezing van het arrest. In de bewoordingen van het Hof ligt m.i. het oordeel besloten dat (a) de bedrogschadeclaim impliceert dat ISG c.s. stellen schade te lijden door (de wijze van tot stand komen van) de bedrogschadeclaim en (b) dat de combinatie met de wanprestatievordering impliceert dat die schade zich tevens (en dus niet per sé uitsluitend) manifesteert als de overeenkomst wordt nagekomen. Dat oordeel van het Hof is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e93b08562bf9b56e1d4f07a18687bed15c17feb4971499de2cb62aa13e622be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e93b08562bf9b56e1d4f07a18687bed15c17feb4971499de2cb62aa13e622be, en de alinea staat in dat document op bytes 56599 tot 57549.