Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011
Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BS1721.
"(...) Ik weet dat [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij en ik een hele joint zouden hebben gerookt. Het enige dat ik daar op kan antwoorden is dat ik het echt niet meer weet. In principe blowde ik niet als ik nog moest autorijden. Ik rookte geen wiet in de auto. Ik kan mij niet herinneren dat op verscheidene plaatsen wiet zou zijn gerookt. Ik kan mij er niets van herinneren. Mijn herinneringen gaan terug tot halverwege de werkweek vóór het ongeval. Niets van wat daarna gebeurd is kan ik mij nog herinneren. Zelf ga ik er vanuit dat ik de zaterdag vóór het ongeval voor het laatst wiet heb gerookt. In principe zou ik toen wiet kunnen hebben gerookt. Ik weet echt niet of ik op de avond van het ongeval wiet heb gerookt. Er blijft van die troep in je bloed zitten. Dit zou van de dag daarvoor kunnen zijn geweest. Ik rook nu geen wiet meer. Ik werd een beetje sloom van het roken van wiet. Na het roken van wiet werd mijn concentratievermogen wat minder. Ik werd wel rustig van het roken van wiet. (...)"(4)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0, en de alinea staat in dat document op bytes 37424 tot 38455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0 | shasum -a 256