Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BS1721.

6. Het hof heeft overwogen dat de schending van voornoemd vormverzuim (ik begrijp van voornoemd voorschrift, zijnde art. 163, negende lid, wegenverkeerswet 1994 (JS)), voldoende wordt gecompenseerd door de hoogte van de eventueel op te leggen straffen in verhouding tot de ernst van het verzuim op de voet van artikel 359a, eerste lid, aanhef en onder a, te verlagen. Met deze overweging heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat het verzuim, te weten: het ontbreken van voorafgaande toestemming van verdachte voor het bloedonderzoek, gelet het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van dit verzuim en het nadeel dat hierdoor is veroorzaakt, gecompenseerd kan worden door de hoogte van de aan verdachte op te leggen straf te verlagen. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0, en de alinea staat in dat document op bytes 14188 tot 15001.