Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BS1721.

15. Uit bovengenoemde regelingen volgt dat het verzenden van het monster bestemd voor tegenonderzoek naar het door de verdachte aangewezen laboratorium (alsmede het uitvoeren van dit onderzoek door het laboratorium), pas geschiedt nàdat de kosten van het tegenonderzoek door of namens verdachte aan het aangewezen laboratorium zijn voldaan. Het middel, dat betoogt dat het verzenden van het bloedmonster en het uitvoeren van het tegenonderzoek niet plaats dient vinden pas nadat verdachte de kosten van het tegenonderzoek heeft betaald, klaagt tevergeefs. Voor zover het hof heeft overwogen dat de verdediging, door betaling van het onderzoek na te laten, het aan zichzelf heeft te wijten dat het tegenonderzoek niet tijdig heeft plaatsgevonden, is zijn oordeel niet onjuist en - gezien de door het hof daarbij in aanmerking genomen feiten en omstandigheden - ook niet onbegrijpelijk. Het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0, en de alinea staat in dat document op bytes 25272 tot 26188.