Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BS1721.

Het hof stelt onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in het arrest van de Hoge Raad van 21 december 2004 (LJN: AR5013) voorop dat voor een bewezenverklaring van het in deze zaak tenlastegelegde 'dat hij een voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een cannabisprodukt (door het Nederlands Forensisch Instituut aangegeven met een bloedconcentratie THC-COOh van 0,05 milligram per liter van zijn bloed, en een bloedconcentratie THC van 0.004 milligram per liter), waarvan hij wist dat het gebruik daarvan de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht', zoals omschreven in artikel 8, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994, niet noodzakelijk is dat er sprake is geweest van feitelijk gevaarlijk of niet aan de verkeerssituatie aangepast rijgedrag van de bestuurder, en dat niet behoeft te blijken dat de rijvaardigheid daadwerkelijk verminderd was, maar dat beslissend is of uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte onder een zodanige invloed van de desbetreffende stof verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fafe736ec614af9058175e121c7ba58f95e1240dd513090266228e08fa4baf0, en de alinea staat in dat document op bytes 31327 tot 32489.