Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2011
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT1667.
Nadat we een half uurtje buiten stonden, kwam een jongen aangelopen. Die jongen kwam regeIrecht op ons af en sprak ons aan. Hij zei: "Ihr wollt marihuana kaufen?" Wij zeiden dat dat het geval was. Die jongen zei toen dat hij iemand kende die een hennepplantage had. Toen is de jongen ongeveer 10 minuten weggeweest. Toen hij terug kwam, was hij in het gezelschap van een tweede jongen. We spraken af dat we naar die jongen van die wietplantage zouden rijden. De beide jongens zijn achter in onze auto gestapt. De jongen met het pokdalig gezicht zei dat hij [betrokkene 1] heette, de andere jongen stelde zich voor als [betrokkene 2]. We reden ongeveer 10 à 15 minuten en stopten toen bij een of andere parkeerplaats in de buurt van een park. We zijn vervolgens samen met die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] het park in gelopen. We kwamen na ongeveer 300 meter bij trapjes. [Betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn vervolgens de trappen omhoog gelopen. [Betrokkene 1] en [betrokkene 2] zouden naar die persoon gaan welke de hennepplantage had. Na ongeveer 5 minuten kwamen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] weer terug. [Betrokkene 1] ging op de trapjes zitten. [Betrokkene 1] draaide een sigaret en rookte de sigaret op. Hierna stond [Betrokkene 1] op, de jongens keken elkaar aan en vervolgens begonnen beiden met ons te vechten. [betrokkene 1] begon [slachtoffer 1] te slaan en te schoppen en [betrokkene 2] begon mij te slaan. Ik hoorde dat [betrokkene 1] tegen [slachtoffer 1] riep: "Geef me het geld, ik heb de sleutel ook al, geef me het geld." Op datzelfde moment zag ik dat nog drie à vier persoon erbij kwamen. Ik voelde dat [betrokkene 2] mij met vuisten in mijn gezicht sloeg. Ik voelde op dat moment hevige pijn in mijn gezicht en proefde bloed in mijn mond. Ik voelde dat [betrokkene 2] mij vier keer met een gebalde vuist tegen mijn achterhoofd sloeg. Ik schreeuwde om hulp omdat ik erg bang was. Ik probeerde te vluchten en rende weg. Ik viel vervolgens in een struik en [betrokkene 2] kwam achter mij aan gerend. [Betrokkene 2] stond vervolgens naast mij en schopte mij met zijn geschoeide voet in mijn zij. Ik voelde wederom hevige pijn en was bang. Vervolgens kwam [betrokkene 2] over mij heen hangen en sloeg en schopte mij. Op enig moment stopte [betrokkene 2] met slaan en liep richting [betrokkene 1]. Ik hoorde [slachtoffer 1] roepen: "Ich gebe euch kein Geld." Op dat moment keek ik in de richting van [slachtoffer 1] en zag ik dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bij [slachtoffer 1] stonden en dat [betrokkene 1] de autosleutels van [slachtoffer 1] in de handen hield.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/970df9896f9a6cbe62d8dca91b5f4efb228f1bd36411c7606770bd903a43cb5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 970df9896f9a6cbe62d8dca91b5f4efb228f1bd36411c7606770bd903a43cb5e, en de alinea staat in dat document op bytes 11152 tot 13757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/970df9896f9a6cbe62d8dca91b5f4efb228f1bd36411c7606770bd903a43cb5e | shasum -a 256