Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT2107.

4.4. Houvast bij de beantwoording van deze vraag biedt HR 28 juni 2011, LJN: BO6704. In dat arrest heeft de Hoge Raad opheldering verschaft ten aanzien van de toepassing van art. IV lid 3 van het Procesreglement.(3) De Hoge Raad heeft in dat arrest overwogen dat art. IV lid 3 Procesreglement onder meer strekt tot een voortvarende behandeling van het cassatieberoep. Met het vereiste van een tijdig verzoek om toezending van ontbrekende stukken wordt beoogd dat het verzuim zo spoedig mogelijk aan het licht komt, "zodat alsdan de gelegenheid kan worden geboden tot onverwijld herstel van het verzuim". Het gaat daarbij ook om herstel van een verzuim dat is begaan door de griffier van het gerecht dat de bestreden uitspraak heeft gewezen. Verder heeft de Hoge Raad benadrukt dat de eerdergenoemde bepaling middelen beoogt te weren die "neerkomen" op klachten over het ontbreken van processtukken. In dat verband overwoog de Hoge Raad in rov. 3.7 het volgende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfd84839e3e2e896367e1c77dc09e3bb945ed2447b765a215758b574391987a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfd84839e3e2e896367e1c77dc09e3bb945ed2447b765a215758b574391987a4, en de alinea staat in dat document op bytes 7614 tot 8588.