Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT2173.
In de AU-praktijk worden de ophouding voor onderzoek en de inverzekeringstelling benut om de verdachte met een dagvaarding op zak heen te zenden. Dit staat op enigszins gespannen voet met de huidige wettelijke regeling, die deze dwangmiddelen alleen toelaat "in het belang van het onderzoek" respectievelijk "voor onderzoek" (artikelen 57, eerste lid, en artikel 61 Wetboek van Strafvordering). Voorgesteld wordt - in navolging van de werkgroep - om deze gronden uit te breiden zodat daaronder ook het nemen van de vervolgingsbeslissing en het uitreiken van de dagvaarding in persoon kan worden begrepen. Aldus wordt voorkomen dat in de rechtszaal discussie ontstaat over de vraag of het ophouden of de inverzekeringstelling van de verdachte wel voor het juiste doel geschiedde en of de vrijheidsbeneming met het oog op de uitreiking van de dagvaarding niet langer duurde dan strikt genomen door het onderzoeksbelang werd gerechtvaardigd (zie ook het rapport van de Nationale Ombudsman van 12 april 2002, nr. 2002/103, waarin deze vaststelde dat er geen rechtsgeldige reden was om verdachte na het laatste verhoor tijdens de ophouding nog bijna vier uren vast te houden voor het uitreiken van een dagvaarding en een transactievoorstel; hierbij moet natuurlijk worden bedacht dat de Ombudsman uitging van de (tekst van de) bestaande wettelijke bepalingen). De werkgroep acht het hierbij niet zinvol om aan de ophouding of inverzekeringstelling met het oog op de uitreiking van de dagvaarding, binnen de algemene termijnen die de wet voor deze dwangmiddelen kent, een termijn te verbinden. De naleving van een dergelijke termijn zal bijzonder moeilijk te controleren zijn (wanneer hield het onderzoeksbelang in enge zin op te bestaan en ging de termijn voor het uitreiken van de dagvaarding in?). Net als thans geschiedt bij de toetsing van het onderzoeksbelang zal per geval kunnen worden beoordeeld wanneer redelijkerwijs de grond aan verdere vrijheidsbeneming is komen te ontvallen. Wellicht zal de rechtspraak zelf hier enige normering kunnen aanbrengen. Doorgaans moet het in AU-zaken mogelijk zijn om binnen een aantal uren (vier tot zes) na het laatste verhoor een vervolgingsbeslissing te nemen." (Kamerstukken II, 2004-2005, 29 805, nr. 3, p. 8-9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d30acdf832ad61ec898c0c6f5bf6ce0acb4bb8fa2b5218800bfc34775c8eeaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d30acdf832ad61ec898c0c6f5bf6ce0acb4bb8fa2b5218800bfc34775c8eeaa, en de alinea staat in dat document op bytes 18901 tot 21168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d30acdf832ad61ec898c0c6f5bf6ce0acb4bb8fa2b5218800bfc34775c8eeaa | shasum -a 256