Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT2173.

"Deze leden vragen verder of het niet opnemen van een termijn redelijk is. Ik blijf het niet zinvol achten om, binnen de algemene termijnen die de wet voor de ophouding en inverzekeringstelling kent, een specifieke termijn te bepalen voor het uitreiken van de dagvaarding. Toetsing zal per geval door de rechter kunnen geschieden. Op de vraag van deze leden of iemand straks in theorie tot twee keer drie dagen kan worden opgehouden, nu dat de maximale ophoudingstermijn is (bedoeld zal zijn de inverzekeringstelling), kan ik antwoorden dat dit slechts theorie is. In de praktijk is ondenkbaar dat, wanneer de enige handeling die nog hoeft te geschieden de opstelling en uitreiking van de dagvaarding is, daarvoor (redelijkerwijs) bijna zes dagen nodig is. Doorgaans moet het in AU-zaken mogelijk zijn om binnen een aantal uren (vier tot zes) na het laatste verhoor een vervolgingsbeslissing te nemen. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d30acdf832ad61ec898c0c6f5bf6ce0acb4bb8fa2b5218800bfc34775c8eeaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d30acdf832ad61ec898c0c6f5bf6ce0acb4bb8fa2b5218800bfc34775c8eeaa, en de alinea staat in dat document op bytes 27631 tot 28552.