Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT2173.

4.17. Het is niet ondenkbaar dat het uitreiken van een dagvaarding niet altijd binnen de door de Minister genoemde vier tot zes uur na het laatste verhoor van de verdachte kan plaatsvinden. In dat geval dient er sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de verdachte langere tijd in verzekering doorbrengt. Het Hof heeft in aanmerking genomen dat er na het laatste verhoor van de verdachte nog contact is geweest met de aangever. Of dat een bijzondere omstandigheid oplevert, is een beetje de vraag. Was het nodig dat de verdachte in afwachting van het contact met de aangever werd vastgehouden? Welk onderzoeksbelang was daarmee gemoeid? Waarom kon na het laatste verhoor niet alvast met het concipiëren van de dagvaarding worden begonnen, zodat die onmiddellijk na het contact met de aangever kon worden uitgereikt?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d30acdf832ad61ec898c0c6f5bf6ce0acb4bb8fa2b5218800bfc34775c8eeaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d30acdf832ad61ec898c0c6f5bf6ce0acb4bb8fa2b5218800bfc34775c8eeaa, en de alinea staat in dat document op bytes 36659 tot 37516.