Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT2175.

4.6. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte heeft geprobeerd om [betrokkene 1], die met zijn hoofd onder een metalen bankje lag terwijl [slachtoffer] bovenop hem zat, te bevrijden en dat de verdachte derhalve handelde uit noodweer. Het Hof heeft het beroep op noodweer verworpen en daartoe overwogen dat uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep blijkt dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door de aangever [slachtoffer] gericht tegen de medeverdachte [betrokkene 1], waartegen een noodzakelijke verdediging door de verdachte geboden was, dat [betrokkene 1] zelf de confrontatie met [slachtoffer] heeft opgezocht, dat eerstgenoemde ook de eerste klap heeft uitgedeeld en dat geenszins aannemelijk is geworden dat in de daaropvolgende vechtpartij een situatie van onmiddellijk dreigend gevaar voor [betrokkene 1] is ontstaan zoals door de verdediging is geschetst, waardoor het ingrijpen van de verdachte noodzakelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c54cf263433ac1db97b86f2366fd12be2544a5094e2acff79fcae2052cf42088. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c54cf263433ac1db97b86f2366fd12be2544a5094e2acff79fcae2052cf42088, en de alinea staat in dat document op bytes 21063 tot 22121.