Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT2528.

De door de raadsman genoemde passages en ook overige passages uit de verklaringen van [getuige] leiden naar het oordeel van het hof niet tot het door de raadsman ingenomen standpunt. Uit het vorenstaande valt immers niet af te leiden dat zich op enig moment een situatie heeft voorgedaan waarin [getuige] tegen zijn wil is gedwongen op een bepaalde manier te verklaren. [Getuige] heeft uit eigen beweging zijn aandeel en dat van verdachte en [betrokkene 2] in de overval naar voren gebracht. Het verhoor met indringende vragen en opmerkingen, ook over zijn medeverdachten, door niet geheel passieve verbalisanten, een verhoor met soms wellicht een confronterend karakter, dat alles is naar het oordeel van het hof niet als rechtens ongeoorloofd te beschouwen, mede gezien het belang van de waarheidsvinding met betrekking tot het ernstige feit waarvan verdenking bestond. Het hof acht de betreffende verklaringen rechtmatig verkregen en verwerpt dan ook het verweer. Nu het hof van oordeel is dat [getuige] door de politie tijdens de verhoren niet is misleid of onder ongeoorloofde druk is gezet, kan de stelling van de raadsman dat de rechtbank de Schutznorm te rigide heeft toegepast onbesproken blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2950a679559baf714f74685a5724e5be2dab678967073167767967057b6473a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2950a679559baf714f74685a5724e5be2dab678967073167767967057b6473a, en de alinea staat in dat document op bytes 21092 tot 22311.