Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT2528.
5.2. Naar mijn inzicht miskent de steller van het middel de aard van 's hofs bewijsconstructie. De gelijkenis tussen de schoenen van de dader en die van de verdachte is van belang doordat de verdachte met [betrokkene 2] over de (afgetapte) telefoon spreekt over het weggooien van de schoenen van de verdachte, en wel kennelijk naar aanleiding van een foto van de overval in de krant.(6) Waar het om gaat is dus niet of de schoenen op de foto van de overval werkelijk de schoenen zijn die bij de verdachte zijn aangetroffen, maar of de verdachte dan wel zijn gesprekspartner denken dat het de schoenen van de verdachte zijn die op de foto van de overval kunnen worden waargenomen. Een oppervlakkige gelijkenis tussen beide schoenen is daartoe voldoende. Het gesprek van de verdachte en de medeverdachte laat zich immers niet goed begrijpen indien zij niets van doen hebben met deze overval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2950a679559baf714f74685a5724e5be2dab678967073167767967057b6473a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2950a679559baf714f74685a5724e5be2dab678967073167767967057b6473a, en de alinea staat in dat document op bytes 25545 tot 26447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2950a679559baf714f74685a5724e5be2dab678967073167767967057b6473a | shasum -a 256