Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011

Alinea 224 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT2921.

Ten slotte wordt, met een beroep op de stelling van de ouders betreffende de toestand van [de zoon] op zondagavond, geklaagd over onbegrijpelijkheid van de vaststelling van het hof dat [betrokkene 1], nadat hij op zaterdagavond had geadviseerd tot borstvoeding 'on demand' aangevuld met extra glucose, tot aan de vroege ochtend van 26 februari 1996 geen bijzondere meldingen over de toestand van [de zoon] heeft ontvangen. Anders dan het middel ben ik van mening dat die feitelijke vaststelling, welke door het hof kennelijk is ontleend aan de brief van [betrokkene 1] van 28 februari 1996 (aangehaald onder 1.1.8 hiervoor) niet onbegrijpelijk wordt doordat de essentie van de stelling van de ouders betreffende de toestand op zondagavond is dat die toestand, als controle op het ingezette beleid was verricht, aanleiding had kunnen geven tot nader onderzoek en ernstig letsel had kunnen worden voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc29a9e2938b2c2e876684a2785fc32bf70d51e88fac2828d958ca75539b5eb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc29a9e2938b2c2e876684a2785fc32bf70d51e88fac2828d958ca75539b5eb6, en de alinea staat in dat document op bytes 80988 tot 81907.